Het huwelijk

Van mijn dochter hoorde ik dat vrijwel geen van haar vriendinnen nog gelooft in een levenslange relatie en vervolgens kwam ook de vraag hoe wij dat dan zagen. Hoe het mogelijk is om trouw te beloven voor het leven en wat dat dan betekent als “de lol ervan af is”? “Moet je dan, omwille van die belofte maar doorgaan met een ellendig leven?”

Natuurlijk hebben wij met horten en stoten proberen te zeggen hoe het ons vergaat na 34 jaar. En dan merk je weer dat je voor het eigenlijke of “Het Eigenlijke” geen woorden vindt. Het blijft een kwestie van het omcirkelen van wat ten diepste een mysterie is. Maar aangezien ik het nooit opgeef met het huwelijk, zoek ik overal waar iets zinnigs te vinden is. Deze keer vond ik steun in een boek van Romano Guardini. Voor een christelijk schrijver noemt hij heel nuchter man en paard in zijn overwegingen. Hij ziet wat een mens is, wat er voor aandriften en verlangens zijn, hoe de mens niet alleen maar goed is, maar ook iets slechts in zich heeft, wat hem/haar en het huwelijk te gronde kan richten. En dat je dat alles niet hoeft te verzwijgen maar het gewoon kunt benoemen. Dat een goed huwelijk dus inderdaad geen “appeltje eitje” is. En toch….

In zijn betoog vertrekt Guardini vanuit de vraag die de Farizeeën hem stellen; “Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten?” Zij redeneren vanuit de praktijk en de Wet van Mozes die die praktijk tracht te reguleren. Jezus antwoordt (o.a.);  “Om de hardheid van uw hart heeft Mozes deze wet gegeven, maar in het begin was het zo niet”. Het “begin” refereert aan de Schepping maar niet alleen in de zin van geschiedenis “eens, ooit’, maar net zo goed als “in beginsel, in principe”. Jezus zegt dus; “in principe is het niet zo dat een man zijn vrouw kan verstoten”.

En de leerlingen begrijpen dat, als het huwelijk zo’n verschrikkelijke, levenslange gebondenheid inhoudt, waarbij zelfs de begerige blik naar een ander al als overspel gezien wordt, het dan maar beter is om niet te trouwen.

Waarop Jezus antwoordt met; “Niet allen begrijpen dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is”. Daarmee zegt Hij; “Dit is niet te begrijpen vanuit het menselijke redeneren of de kille sfeer van de wetmatigheid, maar alleen vanuit het geloof en de genade. Volbrengen kan men een goed huwelijk dan ook niet door eigen inspanning, maar alleen door de genade.

Guardini vervolgt; “Men zegt wel eens dat het christelijk huwelijk overeenkomstig is met de menselijke natuur”. “Maar” zegt hij “wat is de menselijke natuur? Die is naast hoogverheven ook zwak, onbetrouwbaar en veranderlijk en ook de menselijke driften zijn deel van die menselijke natuur. En het geweten, het beslissingsvermogen, de trouw, zijn die altijd zonder meer redelijk en verstandig?”

Nee, de zin van het huwelijk bestaat erin dat uit alle tegenstrijdige  en veranderlijke gevoelens en verlangens van het hart iets komt opdagen van elders; een gestalte van eenheid en kracht, die niet alleen sterk en goed is, maar ook eeuwig en heilig. Iets dat deze beide mensen met inbegrip van al wat zij aan menselijke tekortkomingen en tragiek bevatten, opneemt

en het leven doet beleven en veranderen. Dit is niet “natuurlijk” en het kan alleen worden begrepen door “wie het gegeven is”, anders gezegd; wie gelooft.

Men mag dus het huwelijk niet zonder meer als iets natuurlijks voorstellen want dan verandert het van iets heiligs in een ethische of sociale instelling. De levenslange huwelijkse verbintenis is vrucht van genade en geloof. Met haar wordt dan ook niet begonnen, maar het christelijk huwelijk eindigt met haar. Romano Guardini “de Heer”, 1958(!) Pagina 345 e.v.

diaken Pieter Raaijmakers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.