Uitvaart Pater Jan van Zeeland

  • Zeeland 17-02-1924
    † Teteringen 9-04-2026

Inleiding:
Op verzoek van Pater Jan van Zeeland mocht ik, John van de Laar,
voorgaan bij zijn uitvaart in de kapel van het Missiehuis te Teteringen
op zaterdag 18 april jongstleden. En ook de preek verzorgen.
Hierbij de tekst:
Preek bij de uitvaart van pater Jan van Zeeland
Vandaag staan wij samen stil bij een bijzonder leven: dat van
missionaris pater Jan van Zeeland van het Goddelijk Woord die de
gezegende leeftijd van 102 jaar mocht bereiken. Een leven dat diep,
rijk en vruchtbaar is geweest in dienst van God en de mensen. De
lezingen die wij zojuist hebben gehoord helpen ons om dit leven beter
te verstaan. Hierbij de teksten van de lezingen:

Lezing: 1 Kor. 12: 4-11
Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele
vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei
soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand
brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest
meegedeeld tot welzijn van allen. Aan de een wordt door de Geest een
woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis
krachtens dezelfde Geest, aan een derde door dezelfde Geest het
geloof, aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven om ziekten te
genezen, om wonderen te doen, de gave van de profetie, de
onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan.
Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest, die aan ieder zijn
gaven uitdeelt zoals Hij het wil.

Evangelielezing: Marcus, 16, 15-20
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en
gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld
worden.
En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen
ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als
ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan
zieken de handen opleggen, zullen deze genezen zijn.” Nadat de Heer
Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en
zit aan de rechterhand van God. Maar zij trokken uit om overal te
prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun
woord door de tekenen die het vergezelden.
Vervolg preek:
De apostel Paulus schrijft dat er verschillende gaven zijn maar één
Geest; verschillende vormen van dienstbaarheid, maar één Heer. Dat
woord wordt vandaag heel concreet. Want wanneer wij kijken naar het
leven van pater Jan zien wij precies dat: een heel leven waarin de
Geest telkens opnieuw gaf wat nodig was. Dat wordt zichtbaar in de
vele vormen van dienstbaarheid die zijn leven hebben gekleurd. Hij
begon als leraar in Overijse waar hij godsdienst, Frans en Latijn gaf.
Daarna werd hij benoemd voor Zaïre waar hij van 1961 tot 1975
meewerkte aan de opbouw van het College Sint-Paul in Bandundu, als
leraar en directeur. Daar beleefde pater Jan, naar eigen zeggen, zijn
mooiste tijd. Vanwege politieke spanningen keerde hij terug en ging
hij opnieuw aan het werk in het Sint-Jozefcollege in Overijse waar hij
vele jaren belangrijke verantwoordelijkheden op zich nam. In Leuven
had hij mede de leiding over het studiehuis. Ook vervulde hij taken als
rector en econoom in Heverlee. Maar zijn dienstbaarheid kwam ook
tot uiting in kleine en eenvoudige dingen: als tuinman die met zorg
fruitbomen en coniferen plantte, als nauwgezette verbeteraar van
teksten en corrector van publicaties en bij het ordenen van

nalatenschappen. Jan was auteur en vertaler, iemand die kennis deelde
en culturen met elkaar verbond.
Tegelijk was hij ook iemand van de kleine dingen: molshopen
egaliseren op het kerkhof, wijn schenken op feestdagen, lege flessen
wegbrengen. Daarnaast was hij dienstbaar in Zeeland waar hij
voorging bij dopen, huwelijken en uitvaarten binnen zijn hechte en
geliefde familie. “Heeroom” is een mooie titel en zeker ook: pater
familias. In al die verscheidenheid zien wij één en dezelfde geest van
dienstbaarheid. De gave van wijsheid gegroeid door jarenlange
ervaring. De gave van geloof die hem overeind hield in moeilijke
tijden. De gave van nabijheid, van eenvoudig aanwezig zijn bij
mensen waar hij ook gezonden werd. Want dat is missie: niet alleen
spreken over God, maar Hem zichtbaar maken in het leven. Het
evangelie laat ons de zending horen die Jezus Christus aan zijn
leerlingen geeft: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het
evangelie.” Dat is geen vrijblijvende opdracht. Het is een levensweg.
En die weg is pater Jan daadwerkelijk gegaan. Hij is gegaan, ver weg
maar keerde ook steeds weer terug naar vertrouwde plaatsen zoals
Zeeland. En daar raakt het ook mijn persoonlijke herinnering: als
tienjarige misdienaar heb ik bij hem de mis mogen dienen. Dat zegt
iets moois. Missie gebeurt niet alleen ver weg maar ook dichtbij in een
eucharistieviering. Het heeft mij toen geraakt en ook geroepen. En het
evangelie zegt nog iets: “De Heer werkte met hen mee.” Misschien is
dat wel het mooiste wat wij vandaag mogen meenemen: God heeft
met Jan gewerkt, in zijn woorden, in zijn daden, in zijn stilte. Een
leven van 102 jaar is lang. Het omvat vreugde en verdriet, kracht en
kwetsbaarheid, begin en loslaten. Maar wij geloven dat in dit alles
dezelfde Geest werkzaam was, de Geest waarover Paulus spreekt. En
wat betekent dat voor ons? Dat ieder van ons een gave heeft
ontvangen. En dat God ook met ons wil werken precies daar waar wij
zijn. Vandaag danken wij God voor dit lange leven. Voor de trouw.
Voor de zending. Voor alles wat zichtbaar is geworden. Wij bidden dat
Jan nu thuis mag zijn bij de Heer die hij zijn hele leven trouw heeft
gediend. Dat hij mag horen: “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar.
Deel nu in het eeuwig geluk.” We bidden en wensen Jan dit van harte
toe!

IN MEMORIAM

PATER JAN VAN ZEELAND SVD

Johannes Arnoldus van Zeeland wordt geboren op 17 februari 1924 te
Zeeland (Noord Brabant), als oudste zoon van Marinus Bonifacius en
van Johanna Maria van der Wijst. Hij is een zondagskind, een
gelukskind. Nog diezelfde dag gedoopt krijgt hij de namen: Johannes
Arnoldus, naar zijn beide grootvaders. Volgens de overlevering wordt
er verteld, dat er die dag geen mooie, aangeklede wieg voor Jantje
klaar stond. Volgens zijn eigen zeggen wordt hij twee jaar lang
neergelegd in een trog, een lange voederbak. Ik ken nog Iemand, die
in een kribbe terecht komt. Als hij 5 jaar is wordt zijn broertje Arnold
plotseling ziek en sterft. Dat heeft een onuitwisbare indruk op hem
gemaakt. Na Jan volgen nog 3 jongens en 5 meisjes. Hij begint zijn
opleiding in de bewaarschool bij de Zusters Franciscanessen van
Veghel, waar spelen primair staat. Daar kan hij nooit genoeg van
krijgen. Daarna de lagere school (1931-1937), waar vooral ‘Meester
Martien van der Loop’ belangrijk was. Jan kan goed leren, maar heeft
twee angsten: de eerste voor dieven, rovers en inbrekers (denk aan de
‘Osse Bende’) en schrik voor onweer. Dit laatste nog erger gemaakt
door de panische angst van moeder. Jan wordt verwacht mee te
werken op de boerderij en thuis. Het moet geweest zijn dat Jan in
1932 of 1934 zijn eerste film zag, namelijk ‘Ria Rago’ opgenomen in
Flores (Indonesië) . Bij zijn grootouders kan hij veel lezen: de Sint
Michaels almanak en de Katholieke Missiën. Zo leert hij het
nabijgelegen Uden kennen, waar het kleinseminarie is van de SVD
(Gezelschap van het Goddelijk Woord). Dat alles heeft zeker mee
gewerkt om bij Jan het verlangen te wekken missionaris te worden.

Februari 1937 gaat Jan -dan 13 jaar oud- met zijn moeder en tante
naar het missiehuis in Uden, om te bespreken of hij daar kan komen.
Pater Schoutens verwelkomt hen en neemt hem ook aan.
Op 14 april brengt vader hem naar Uden op de fiets en keert met twee
fietsen naar huis.
Vader heeft het er lang moeilijk mee en Jan heeft in die jaren veel
heimwee. Maar hij heeft er ook heel goeie herinneringen aan. Met zijn
mooie stem is hij altijd lid van het koor, en hij kijkt graag terug op de
vieringen van Kerstmis, de Goede Week, het groots gevierde
Pinksterfeest / familiefeest, het afscheidsfeest van de nieuwe
missionarissen enz. Tot 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt en de
studenten naar huis gaan. Op 7 november 1941 wordt het Missiehuis
in beslag genomen en vinden de bewoners een onderkomen in de
Blauwe Kei te Veghel. Ondanks alle beperkingen hebben we daar toch
een mooie tijd gehad. In oktober worden we door de Engelsen en
Polen bevrijd. Op 4 september 1943 gaat Jan naar het noviciaat in
Helvoirt, dat wegens de bezetting van het huis enige maanden
verplaatst wordt naar de Blauwe Zusters in Steyl. Vanaf augustus1946
tot 1950 maakt hij zijn theologiestudie in Teteringen, waar hij op 28
augustus door Mgr. Jac Pessers tot priester wordt gewijd te samen met
11 anderen. Op 4 september 1949 viert hij zijn eerste H. Mis in de
parochiekerk van Zeeland. Zijn benoeming is voor het St. Josefcollege
in Overijse, waar hij hoofdzakelijk Frans geeft en de nodige cursussen
volgt (Romaanse Filologie), onder prefect is en godsdienstlessen
geeft, enz. In het voorjaar van 1961 wordt hij benoemd voor Zaïre, dat
dan net onafhankelijk is geworden. OP 3 juli ontvangt jij in Deurne
het missiekruis. Op 24 november 1961 vertrekt Jan vanuit Zaventem
naar Congo en drie dagen later naar Banningville, een grote stad, met
nog weinig accommodatie. Tot Nieuwjaar studeert hij de taal van de
streek ‘Kikongo’ om dan al gauw op assistentie te gaan in Bagata. Na
Nieuwjaar 1962 begint hij te doen waarvoor hij is benoemd: Frans
geven aan de École Normale (kweekschool voor onderwijzers) en op
de eerste klas van het Collège Saint Paul. Later wordt hij Directeur

van het College. Die eerste jaren op het college zijn pioniersarbeid:
lesgeven, Eucharistie op zondag voorbereiden, mislezen en preken in
het Frans, zieke leerlingen verzorgen, bomen aanplanten enz.
In het schooljaar 1967-1968 geeft Jan les op het Klein Seminarie in
Kalonda (15 uur Frans en 4 uur geschiedenis). Als het Kleinseminarie
wordt overgenomen door de inlandse diocesane clerus gaat hij terug
naar Bandundu, waar hij hard nodig is. Jan vertelt: ‘Kerstmis 1969:
Mobutu brengt een bezoek aan Bandundu. Na het Te Deum in Saint
Hyppolite is er een groot défilé met lange toespraak van de President.
Hij tekent het gouden boek van het college: Joseph Désiré Mobutu!’
Met Emile Vanderlinden (Engels en leiding internaat), Frank Roelants
(godsdienst, scouting), en Jan als directeur plus Frans, Latijn en
geschiedenis vormen zij een hecht team. Het college heeft een goede
naam vanwege de discipline, goede uitslagen bij de staatsexamens,
sportuitslagen, toneelvoorstellingen. In de loop van 1974 wordt het
publieke klimaat ongunstig voor het missiewerk. De scholen worden
genationaliseerd, er mag geen godsdienst meer gegeven worden, dat is
van dan af privézaak. Veel congregaties trekken hun leerkrachten
terug uit het onderwijs. Wij doen dat ook. Omdat er sprake van is, dat
de kleinseminaries in beslaggenomen zullen worden en alle
missionarissen het land worden uitgezet besluit Jan in overleg en met
goedkeuring van de toenmalige regionaal, naar België terug te gaan.
Op 25 februari 1975 verlaat hij Bandundu en 7 maart 1975 Zaïre. Hij
vertrekt met weemoed in het hart, want hij heeft er naar eigen zeggen
mooie jaren doorgebracht. ‘Terugblikkend op die periode moet ik
zeggen dat het de mooiste tijd van mijn priesterleven geweest is.
Ondanks de moeilijkheden en tegenvallers was ik daar heel gelukkig.
Ik heb het College met 1 klas en 29 leerlingen (1961) zien uitgroeien
tot een school met 16 klassen en 613 leerlingen (1975). Het ging niet
alleen om het bijbrengen van kennis, maar ook cultuur en persoonlijke
vorming. De steun van het thuisfront was daarbij onontbeerlijk. Op 1

september 1975 wordt Jan voor de derde keer leraar in het Sint
Josefcollege te Overijse, met 4 uur Frans.

Daar komt dan eerst een half ambt, later een volledig ambt
‘studiemeester-opvoeder’ bij (36 uur); in 1979 wordt het ‘opvoeder-
huismeester’ tot 1989, tot zijn pensionering. Een wat vreemde titel.
Jan vertaalt het graag met ‘Hoofd van het secretariaat van het college’.
In grote lijnen is zijn taak drievoudig: 1) naar de leerlingen toe 2) naar
de leerkrachten toe 3) naar de staat toe. Als ik zijn verslag erover lees,
begint het me te duizelen. Zoveel deeltaken komen op hem af. Op het
einde ervan schijft hij: ‘Eén ding echter is zeker: het was een druk
leven, vol verantwoordelijkheid, maar tegelijkertijd ook vol
afwisseling. Bovendien, door mijn veelvuldig contact zowel met de
leerlingen als met de directie en de leerkrachten was het geen dor
bureauwerk, maar hield ik ook voeling met het hele schoolgebeuren
en was bij lief en leed betrokken’. Dan gaat Jan vanaf 1 september
1975 in Leuven wonen, waar enkele medebroeders wonen en waar
ook buitenlandse SVD studenten verblijven. Daar is hij verschillende
keren vice-rector, en later ook huiseconoom. Vanaf 1992 is hij er
rector en in 1995 rector van Heverlee en later herbenoemd tot 2002.
Als in 1995 Heide verkocht wordt, wordt Heverlee het centraal huis.
De communiteit van Heide wordt opgeheven en tevens het district
Montenau. De nieuwe communiteit bestaat uit 23 leden, waarvan er
vier in Heverlee gaan wonen, waaronder Jan. Het huis wordt volledig
gerenoveerd. De bijeenkomst van de medebroeders heten nu:
‘Heverleedagen’. Zelf beschrijft hij nauwkeurig alle lief en leed in een
‘Historie Heverlee (2) .’Op 7 mei 2013 wordt na 8 jaar besloten het
huis te verkopen. Een jaar later is dit het einde van een aangenaam en
nuttig verblijf in Heverlee. Twee maanden later wordt hij
overgeschreven naar het Missiehuis St. Franciscus Xaverius, waar hij
aan zijn laatste levensfase mag beginnen, samen met medebroeders,
die zoals hij volop in de missie en in het thuisfront hebben gewerkt,

maar nu samen de laatste jaren doorbrengen. Maar voor Jan wordt het
geen ‘dolce far niente’.

Hij blijft de thesissen van jonge SVD leden in Leuven nakijken, is ook
corrector van het SVD-nieuws en andere documenten En als
archivaris neemt hij de taak op zich om 25 kamers van overleden
medebroeders geordend op te ruimen. Een heel karwei. Ook
aanvragen van buiten over het leven van overleden medebroeders
worden door Jan vakkundig afgehandeld. Daarnaast is hij regelmatig
in Zeeland te vinden: tot op hoge leeftijd (80) volleybalt hij in het
familieteam van de van ‘Zellandjes’, daarnaast fietst hij 30 keer mee
op zijn oude fiets met de ‘Fiets Mee’ in Zeeland om paters, broeders
en zusters te sponsoren en de laatste jaren ook leken, o.a. zijn nichtje
Angelique, die in Brazilië werkt voor de straatkinderen. De jaren
volgen elkaar op, tot hij op een dag zijn 100 ste verjaardag viert: 17
februari 1924 – 17 februari 2024. Dat wordt in huis gevierd: Jan gaat
voor in de dankdienst, daarna is er het bezoek van de burgermeester
Paul Depla, die hem een lei overhandigd van de Grote Kerk van
Breda, met inscriptie. Na enig naspeurwerk blijkt, dat Jan op dat
moment de oudste medebroeder is van de hele congregatie (5965
leden). En daar is Jan best trots op. Wie zou het niet zijn. Maar nog
groter dan groots wordt zijn eeuwfeest gevierd in Zeeland, enkele
dagen later. De hele dorpsgemeenschap viert mee. Van zijn familie
heeft hij een tablet gekregen met de nodige instructies om daarmee
zijn levensloop samen te stellen, aan de hand van de vele foto’s, die
hij heeft. Daar gaat hij mee aan de slag. En zo gaat Jan in de maand
september/oktober naar Zeeland om daar voor een uitgebreid publiek
zijn levensverhaal te laten zien en horen. Wie doet het hem na. Jan
voelt zich nog prima. Al geruime tijd gaat hij in de week weer voor in
onze kapel. Geleid door zijn rollator komt hij naar het altaar en
tijdens de viering klinkt zijn stem als een klok als hij zijn Alleluia
aanheft. Maar in oktober van 2025 krijgt hij longontsteking, die hem

in bed houdt. Zijn adem is kort en hij voelt zich heel moe. Bezoek
houdt hij af, omdat hij zich uitgeput voelt. Als op aandringen van de
preses de familie toch mag komen, is hij er heel gelukkig mee.
Ze komen van 14.00 tot 15.00 uur.
Overdag ligt hij meestal op bed, gerold in zijn deken. Als een
medebroeder hem de communie brengt, komt zijn hand tevoorschijn,
ontvangt de communie en verdwijnt weer. Om te eten zit hij aan zijn
tafel. Soms zie je hem zomaar op de gang lopen. Bij de op 15
november algemene viering het ‘Sacrament van de Ouderen ‘ zit hij
op de voorste rij. Zijn leven overziend heeft (heeroom) Jan niet stil
gezeten. Zowel in Congo, als vele jaren in Overijse en de laatste 12
jaren in Teteringen neemt hij heel wat verschillende
verantwoordelijkheden op zich. Hij doet dat op een rustige,
weloverwogen manier, zonder al te veel woorden. Hij geniet van zijn
glaasje, maar vooral van de voetbal. Heeft ondanks zijn leeftijd nog
een ijzersterk geheugen. En Jan houdt van het leven. Als de dokter
hem vanwege zijn longontsteking bezoekt vraag Jan hem: ‘Kunt u mij
nog genezen, zodat ik mijn 102 de verjaardag nog kan vieren?’ Zo laat
Jan zien, dat het leven de moeite waard is. En zo gaat het ook. Hij
viert op 17 februari 2026 zijn verjaardag voor de 102 de keer. Bedoeld
was in Zeeland, maar de feestzaal werd gebruikt voor de Carnaval.
Dus kwam de familie hierheen, in twee groepen en was Jan volop
aanwezig. Op 9 april komt de dokter op bezoek met het volgende
advies: “alle medicijnen worden stop gezet, hij krijgt morfinepleisters,
eten en drinken, wat hij zelf wil en kan. Hij heeft geen pijn. Hiermee
is de laatste fase van heeroom ingeleid. Het wordt voor hem zo
comfortabel mogelijk gemaakt. Op 9 april, tijdens het paasoctaaf,
komt dan toch het einde. In deze tekst is dat moment verwoord: “Toen
God zag dat de weg te lang, de berg te hoog en ’t ademen te zwaar werd
legde Hij zijn arm om hem heen en zei: ‘Het is goed zo’.” Ja, het is
goed zo. Hij heeft zijn leven ten volle geleefd en zal nu het Geheim van
het Nieuwe Leven binnen mogen gaan. Op zaterdag 18 april 2026
hebben we hem te ruste leggen op ons kerkhof in Teteringen, nadat we

eerder in een Eucharistieviering onze dank voor zijn rijke leven hebben
uitgesproken.
Graag danken wij namens de familie van Zeeland en de SVD u voor uw
meeleven met (heeroom) Jan.

Eén antwoord op “Uitvaart Pater Jan van Zeeland”

  1. Ontroerd ben ik na het lezen van het overlijdensbericht van Pater Jan van Zeeland en zeker na het lezen van zijn mooi en rijk levensverhaal. Ik heb met hem 2 jaar op het secretariaat van het Sint-Jozefkollege in Overijse gewerkt van 1977 tot 1979 als studiemeester. Daarna heb ik er lesgegeven als lerares Nederlands – Engels tot in 2014. Mijn oprechte deelneming aan de familie van Zeeland en de SVD.
    Lieve Vanderlinden

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *